Welke voorrangsregel werd overtreden?
Voorrang van rechts, voorrang bij een manoeuvre, het oversteken van een fietspad en voorrang aan voetgangers of prioritaire voertuigen zijn afzonderlijke regels. Het is daarom onjuist om iedere voorrangsfout automatisch dezelfde graad te geven. De precieze tenlastelegging uit het PV is bepalend.
Inning en rechtbankboete
Onder meer overtredingen van artikel 12.3.1 (voorrang van rechts) en 12.4 (manoeuvres) vallen in de tweede graad: mogelijke inning vanaf 1 juli 2026 €128 en gewone rechtbankboete effectief €200 tot €2.500. Sommige regels ter bescherming van voetgangers en prioritaire voertuigen vallen in de derde graad: mogelijke inning €191 en gewone rechtbankboete effectief €300 tot €5.000.
Een onmiddellijke inning, een minnelijke schikking van het parket en een door de rechter opgelegde boete zijn verschillende afhandelingswijzen. De vermelde bedragen omvatten geen administratieve toeslag, gerechtskosten, verplichte bijdragen, herstelonderzoeken of schadevergoeding.
Rijverbod en bijzondere omstandigheden
Bij een veroordeling voor een tweede- of derdegraadsfeit kan de rechter op grond van artikel 38, §1 een verval van acht dagen tot vijf jaar uitspreken. Het is dus onjuist dat alleen een geldboete ooit mogelijk is.
Bij een veroordeling voor een daarvoor in aanmerking komend feit met een motorvoertuig geldt artikel 38, §5 voor wie minder dan twee jaar houder is van rijbewijs B of een gelijkgesteld bewijs: verval en minstens een theoretisch of praktisch herstelexamen. De wet kent uitzonderingen en laat een specifieke opleiding toe ter aanvulling of vervanging van die examens. Leeftijd alleen bepaalt dit regime niet.
Artikel 38, §5 zondert tweedegraadsfeiten uit van dit bijzondere beginnersregime. Een ongeval of andere gelijktijdige feiten moet afzonderlijk worden beoordeeld.
Bronnen en toepassingsdatum
Redactioneel gecontroleerd op 21 oktober 2026. Wettelijke grondslag: Wegcode art. 12, 38 en 40; gradenbesluit art. 2 en 3; Wegverkeerswet art. 29 en 38; inningsbesluit art. 2 en 7. Dit is algemene informatie; de kwalificatie en feitendatum bepalen welke regels op een dossier van toepassing zijn.
De rechtbankbedragen hieronder betreffen feiten vanaf 1 september 2026, vóór gerechtskosten en bijdragen en zonder bijzondere herhaling. De Wegverkeerswet gebruikt sindsdien aangepaste basisbedragen en strafniveaus. Op die basisbedragen komt 25% verhoging (factor 1,25). Voor feiten van 1 februari tot en met 31 augustus 2026 gold factor 10 op de toenmalige basisbedragen; van 1 januari 2017 tot en met 31 januari 2026 factor 8. Voor oudere feiten en een latere wetswijziging moet ook de toepassing van de mildere strafwet worden onderzocht.
https://www.wegcode.be/nl/regelgeving/1975120109~hra8v386pu
https://www.wegcode.be/nl/regelgeving/2005014182~5yjza0ajqn
https://codex.vlaanderen.be/PrintDocument.ashx?geannoteerd=false&id=1009628
https://www.wegcode.be/nl/regelgeving/2014014161~kcbyzdoybt
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?cn=1952030530&la=N&language=nl&table_name=wet
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?cn=1968031631&la=N&language=nl&table_name=wet
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?cn=2026052512&la=N&language=nl&table_name=wet